Tag Fictie

De dag dat alles mogelijk was en 1971 besmette

In vijf minuten was het gedaan. Vanaf het moment dat ze naakt op bed lag tot één van ons kreunend klaarkwam. Ik wil hierbij in het midden laten wie van ons het was, omdat er tegenwoordig al veel te veel oordelen zijn over de seksuele prestaties van het mannelijke deel van de maatschappij. Daarbij was vijf minuten ook niet meer dan we nodig hadden. Ik voel tot op heden nog de kleverige vloeistof over mijn been en buik lopen, iets wat ik bij nader inzien helemaal niet onprettig vond. Toch wil ik nog even terugkeren naar die dag, naar het moment na de daad.

De koning

Er komt een moment in ieders leven dat ze kennis nemen van de koning. Niet dat ze een persoonlijke handdruk of iets van een ontmoeting met de man krijgen. Ze leren dat er zoiets als de koning bestaat. Een man die op eenzame hoogte staat, aan de top van de maatschappij. Iemand die niemand anders kan worden en ook niet zelf gekozen heeft om koning te zijn. Hij is iemand die in zijn rol is geduwd door zijn moeder, vader en een stoet mensen die vinden dat het concept van een koning goed voor het land is waar ze op staan. De koning gelooft dit zelf ook, tenslotte is hem dit vanaf zijn geboorte met de paplepel ingegoten.

De goddelijke komedie

Niet meer dan een klein puntje was het. Een potloodstreep, een veeg op papier. Vrede op aarde, zonder dat iemand gevraagd had of de oorlog eindelijk was afgelopen. Al dagen zit ik ernaar te kijken. Kijken of het groeit. Of het meer kan worden dan een puntje, een potloodstreep, een veeg. Steeds kom ik tot de conclusie dat het niets meer zal worden dan wat het is. Het zal geen duizenden doden opleveren om een geluid te maken. Geen wolk worden die de zon verduisterd en de wereld in een eeuwigdurende hongerwinter stort. Ik zucht. Alles wat ik wil zal moeten wachten tot ik een manier gevonden heb om het puntje groter te maken dan het is.