Het moment tussen leven en doodgaan

Vanuit de automatiek naar de volgende stap in het droogdeppen van kreeften en schaaldieren

Het begon allemaal met een poging om iets te zeggen over het Surrealistisch Manifest, wat in 1924 door André Breton de wereld in geslingerd werd. Hij leidde daarmee het begin van surrealisme in, het antwoord op een wereld waarbij de ratio regeerde over het onderbewuste. Niet dat ik recentelijk nog het manifest gelezen had. Of überhaupt enig manifest, omdat ik ergens een beetje wars ben van manifesten. Het idee dat je moet voldoen aan een serie regels, houden aan richtlijnen en volgen van woorden die door anderen zijn opgesteld gaat in mijn ogen tegen alles in wat het surrealisme voorstaat. Toch bestaat er een Surrealistisch manifest en wist André Breton precies te dirigeren wie wel tot de surrealisten behoorde en vooral wie niet. Het was ook niet vreemd dat de oorspronkelijke Surrealistische beweging een vrij kort leven beschoren was. Nog tijdens het leven van Breton was de beweging al op sterven na dood en toen hij uiteindelijk overleden was, bleek er niets meer over van de beweging. Alleen nog wat verdwaalde schilders en een losfladderende kunstenaar die werken maakte vanuit een Surrealistische grondslag. Zoals ze toen en vandaag de dag zeggen: Het Surrealisme is dood, lang leve het Surrealisme!

In de automatiek

Het waren de roerige jaren zeventig. Auto’s reden nog op benzine, een oliecrisis stond op het punt uit te breken en om de dagen door te komen werd er gesproken van autoloze zondagen waarop de snelwegen konden veranderen in langgerekte rolschaatsbanen voor de kinderen. Om je eerlijk te zeggen heb ik deze tijd niet vreselijk bewust meegemaakt. Ik was te klein om de knop op de televisie te bedienen en niet oud genoeg om alleen naar de snelweg te fietsen om mijn rolschaatsen om te binden. In die dagen bakte mijn vader op zondag friet, wat hij steevast patat noemde en er niemand was die hem tegensprak. Het was ook niet nodig. Patat was friet en alles maakte hij zelf van aardappels. Ik weet niet meer wat we erbij aten. Of het frikandellen, kroketten of een kleffe kaassoufflé was. Appelmoes kan ik mij herinneren. Uit een pot die ik met mijn veel te kleine handen nooit kon opendraaien en aan mijn moeder of vader moest vragen of zij het wilde doen. Inmiddels is patat met appelmoes een gerecht wat, net als het Surrealisme van Breton, verdwenen is naar het rijk van vergeten groenten. 

Het duurde zeker twintig jaar voordat het Surrealisme weer in zwang raakte. Nu alleen zonder enig vooropgezet plan, zonder enige gedachte erachter en vooral zonder een manifest dat alles aan elkaar zou kunnen verbinden. Het Surrealisme was zo vrij als de vergeten groenten die weer in de schappen van de supermarkt zijn verschenen. Penen, schorseneren, knolselderij en wortelpeterselie liggen gebroederlijk naast de zakken voorgesneden patat, waar in vrolijke letters ‘Friet’ op geschreven staat. Zelf patat maken is dan ook niet meer nodig, zoals mijn vader geen deel meer uitmaakt van mijn leven.

In die tussenliggende jaren ben ik wel verschillende keren in de snackbar geweest om patat, friet, frikandellen, kroketten en op sommige dagen zelfs een broodje hamburger te halen. Wist je overigens dat ze elders de snackbar aanduiden als ‘de automatiek’ en dat je er precies hetzelfde kan halen als in de eerstgenoemde. Behalve in het Vlaamse landschap. Daar hebben ze iets als het frietkot en een broodje frikandel bestellen levert vreemde blikken op. Toch smaakt het er niet anders om. Dat is wat het Surrealisme met je doet. Het maakt de ongewone dingen als een vreemde blik over een broodje frikandel smaken als een broodje frikandel.  Ik zou het ook niet anders willen. Tenslotte is daar de snackbar, automatiek, frietkot voor.  Frituren is iets wat we allemaal wel een keer doen in ons leven.

Droogdeppen van natte dingen

Toen mijn vader nog elke zondag de patat eigenhandig maakte kwam er altijd een moment in het proces waarop hij de gesneden aardappelen ging droogdeppen. Dat was tegen het spetteren van het frituurvet, zei hij. In die dagen stond de frituurpan nog op het gasstel, het open vuur, waardoor een spetterende frituurpan een hachelijke situatie was. Zelf heb ik het één keer meegemaakt, jaren later nadat ik verhuisd was van het dorp waar ik opgegroeid was naar de stad waar ik nu woon, dat de frituurpan op het vuur overstroomde door een teveel aan water. De steekvlam tot het plafond staat nog ruimschoots in mijn geheugen gegrift. Het was ook de laatste keer dat ik van een frituurpan op het vuur gebruik heb gemaakt.

Hetzelfde geldt voor kreeft. Die hoef je op zich niet droog te deppen, maar wel levend in kokend heet water deponeren. Een handeling waarbij je grote kans hebt om kokend water over je hand te krijgen. Het is wel een levend wezen dat je in dat water stopt en het hoeft slechts één keer iets te hard met de pootjes te slaan om het te laten gebeuren. Daarbij vind ik kreeft nogal smerig, dus zal ik het nooit klaarmaken op wat voor manier dan ook. Nu ik dit zo schrijf vraag ik mij wel af of André Breton soms kreeft at. Zo maakte de kunstenaar Salvador Dali in de jaren dertig wel het werk ‘Witte lustopwekkende telefoon‘ wat bestaat uit een ouderwetse draaischijf telefoon met een kreeft als hoorn. Kreeften zijn verder geen terugkerend thema binnen het Surrealisme, al zouden ze dat wel kunnen zijn gezien hun uiterlijke verschijning. 

 

Schaaldieren overigens ook niet. Dat ik daarbij ook nogal allergisch ben voor mosselen werkt ook niet echt mee. Toch zie je vrij veelvuldig in restaurants waar ze zeevruchten serveren dat er mosselen met patat of friet op de kaart staat. Het schijnt daarmee wel een delicatesse te zijn, alleen zal ik het nooit (meer) uitproberen. Door schade en schande ben ik wel wijs geworden dat ik mosselen beter kan laten staan. Toen ik nog getrouwd was kwam ik regelmatig bij mijn schoonouders over de vloer. Het zijn ontzettend lieve mensen, die geheel toevallig allebei opgegroeid waren in hét mossel- en schelpdierendorp Yerseke. Hierdoor kwam ik in het seizoen in aanraking met authentieke, vers gevangen mosselen bijna rechtstreeks van de boot. Hoe vers die schelpdieren ook waren, het ging altijd mis als ik er een bordje van gegeten had. Of er nu patat, friet of wat anders bij zat. Zelfs de boel verdrinken in smakelijke witte wijnen mocht niet baten. Mosselen zijn niet aan mij besteed. En hierdoor heb ik gelijk alle schelpdieren afgezworen, want als ik allergisch voor de een ben zal de ander ook wel niet goed vallen.

De volgende stap

Het is in deze dogmatische realisatie dat ik ook weer het oorspronkelijke manifest van de Surrealisten terugvind. Als ik schelpdieren volledig van de hand wijs op basis van een vervelende ervaring met één van hun familieleden, hoe kan ik dan tegen het opstellen van regels voor het Surrealisme zijn? In de zin dat het vroeger gedaan werd en er tegenwoordig een beetje losjes met de handen naar gewoven wordt. Het Surrealisme is niet iets wat we lichtzinnig moeten nemen en nog minder op die manier bekijken. Het is als de vers gesneden patat/friet die je eerst moet droogdeppen voordat je het in gloeiendheet frituurvet laat zakken.  Wat het niet is zijn de levende kreeften die dagelijks door koks en andere culinaire liefhebbers in kokend water worden gedropt. Er zit een duidelijke scheidingslijn tussen beide, een streep die niets ontziend getrokken wordt tussen het een of het ander. Daarom is het Surrealisme nog steeds dood, gestorven toen André Breton zijn laatste adem uitblies. Daarom is het Surrealisme nog steeds springlevend. Opgewekt door de magie die eruit spreekt, die er vroeger ingelegd wordt en waarmee we dagelijks te maken hebben zonder dat we er erg in hebben.

 

Dit is de volgende stap die we moeten nemen. Over onze schaduw heen en realiseren dat het leven in dogma’s niemand dient. Het zijn de regels die de smaak maken, maar het zijn ook de regels die ons ervan weerhouden om echt vrij te zijn. Daarom wordt het tijd dat we gaan luisteren naar wat er gezegd wordt, zodat we daadwerkelijk vrij kunnen zijn.

Facebook
Twitter
LinkedIn
Reddit
Email
Tumblr
WhatsApp