In een ver verleden, lang geleden, droomde ik ervan om naar de kunstacademie te gaan. Het tekenen, schilderen en maken van kunst was mijn grootste liefhebberij. Ik had naast de vele posters van bands ook reproducties van mijn favoriete schilderijen hangen. Veel werk van Salvador Dali, H.R. Giger en een beetje van René Margritte. In die dagen wist ik eigenlijk nog niet zoveel van de kunsten, alleen dat ik een voorliefde had voor het surrealistische en het magische werk dat deze mannen maakten. De muziek die ik luisterde (en nog steeds luister) had dezelfde bevreemdende sferen. Altijd was ik op zoek naar het magische in de wereld, in beeld en geluid. Om je eerlijk te zeggen kon het mij niet vreemd genoeg zijn en hoe meer ik zocht, des te minder de dingen mij raar leken te zijn. Alles wat ik zag, las en luisterde probeerde ik te verwerken in de tekeningen en schilderijen die maakte. Het waren op zich niet de bevreemdende gedachten en innerlijke wereld die ik wilde verbeelden, maar juist de dingen die ik ervaarde in de buitenwereld. Hoe ik de omgeving zag en beleefde was voor mij belangrijk om weer te geven in de dingen die ik maakte. En dat was ook hetgeen ik meenam naar de open dagen van de kunstacademie in Den Haag (wat voor mij in die tijd de enige kunstacademie was waar ik les wilde volgen).
De open dag

Met een map vol tekeningen en een enkel schilderij stapte ik op een donderdag de drempel bij de Koninklijke Academie van de Beeldende Kunsten over. Een hal met tegeltjes opende zich voor mij, een bord wees mij de weg naar de afdeling ‘Autonoom beeldende kunst’ (zoals het in mijn herinnering heette). Met een licht gevoel van zenuwen en ook best gezonde spanning volgde ik de tegeltjes op de vloer langs verschillende lokalen vol leerlingen, gepresenteerde kunstwerken en mensen die van zichzelf al moeilijk keken. Ik gokte dat de laatste leraren waren of in ieder geval mensen die veel meer van kunst wisten dat hun uiterlijk losliet. Hoe verder ik die gang inliep, des te meer mijn hart in mijn keel begon te bonzen. Ergens zag ik mijzelf hier over een aantal maanden ook rondlopen, als er minder mensen waren en het duidelijk was wie de leraren zouden zijn. Ik wilde alleen niet op de situatie vooruitlopen. Van de honderden aanmeldingen zouden er slechts tientallen plaats mogen nemen in de klaslokalen die ik passeerde. 

Met die gedachte kwam ik bij het lokaal aan waar ik moest zijn. Waar ik mijn werk kon laten beoordelen of ik wel geschikt was om een studie te volgen aan de kunstacademie. Aan verschillende tafels in de ruimte zaten verschillende mannen en vrouwen het werk te beoordelen van mensen, die net als ik wilde weten wat een geschoolde leraar van de kunstacademie van hun werk zou zeggen. Mensen hadden hele kratten met schilderijen mee, gigantische voorwerpen die hoog tot het plafond reikten, enorme spaanplaten vol met spijkers, dingen waarvan je afvroeg hoe ze dat in vredesnaam binnen hadden gekregen. En alles werd kritisch bekeken, bevoeld en vooral beoordeeld. Net toen ik binnenkwam lopen liep een grietje met tranen in haar ogen naar buiten. Een map vol glitters en knullig getekende hartjes tegen haar borst geklemd. Ik ving haar blik en liep naar binnen. Nu met nog meer iets zenuwen.

Het oordeel

Een man aan de tafel wenkte mij. Er stond niemand aan zijn tafel en ik was de eerste die binnenkwam lopen. Vermoedelijk had hij net dat meisje duidelijk gemaakt dat zij beter een andere opleiding kon gaan volgen, dat ze haar droom om kunst te gaan maken beter voorbij kon laten gaan. Ik slikte en liep naar hem toe. Zijn bruine gebreide trui boezemde ontzag in, zijn warrige baard nog meer. Onder zijn felle, best wel kritische blik legde ik mijn map met tekeningen op de tafel. ‘Oh, fijn! Tekeningen. Dat is weer even wat anders dan die eeuwige stoet schilderijen die ik vandaag al gezien heb.’ Hij had een vriendelijke stem. Toch hield ik mijn ene schilderij maar achter mij. Laat hem eerst mijn tekeningen bekijken. Hij sloeg de map open en begon te bladeren. Knikte af en toe. Bladerde soms terug naar een tekening en mompelde wat in zijn baard. Ik werd er doodzenuwachtig van. Hier stond iemand die meer verstand van kunst had dan de koningin naar mijn werk te kijken. En hij zei niets!

‘Wat wil je eigenlijk bereiken als je hier op school zit?’ vroeg hij toen hij mijn laatste tekening bekeken had en de map dichtsloeg. Dat was een goeie vraag. Daar had ik eigenlijk nog helemaal niet over nagedacht. Waarom wilde ik eigenlijk naar de kunstacademie? Ik haalde mijn schouders op. ‘Zou graag meer willen leren over het maken van kunst, om uiteindelijk kunstenaar te worden..’ stamelde ik een beetje onbeholpen. ‘Hm..’ was het antwoord. ‘Je weet dat er geen droog brood te verdienen is met kunst maken?’ Ik knikte. ‘En..’ ging hij verder. ‘Denk ik niet dat wij je hier iets kunnen leren. Of dat zeg ik verkeerd. We kunnen je alleen maar dingen afleren en dat zou zonde zijn. De meeste mensen die hier komen hebben nog geen enkel doel, geen enkele zeggingskracht en vooral nog helemaal geen stijl. Jij hebt juist wel al een hele eigen stijl en die moet je zien vast te houden. Dat lukt je niet als je hier op school komt. Het zou zonde zijn als we je die gaan afleren en geloof mij, dat gaat echt gebeuren!’ Ik wist niet wat ik moest zeggen. Dit was totaal niet wat ik verwacht had. Een eigen stijl? Beter als ik niet naar de kunstacademie ga?  Ik pakte mijn map met tekeningen en mompelde ‘Dank u wel..’ Waarop ik wegliep, de gang inliep en de tegeltjes volgde naar de voordeur. Naar buiten, terug naar de trein en naar huis.

Het leven daarna

In de dagen daarna, zelfs de jaren die erop volgden, wilde ik niets meer met de kunsten te maken hebben. De posters van kunstwerken liet ik nog wel aan mijn muren hangen, naast de poster van de bands die ik luisterde, alleen keek ik er niet meer naar. Ik kon er niet meer van genieten. Tekenen stopte ik drastisch mee en alles wat met schilderen te maken had zette ik achterin de kast, ver weg waar ik het nooit meer zag. Ik was ontgoocheld. Alles wat ik dacht dat juist was, bleek helemaal anders te zijn. Opeens wist ik niet meer wat ik wilde, ging iets studeren waar mijn hart niet echt inlag en ging ergens werken waar ik geen plezier aan kon ondervinden. Heel langzaam pakte ik in die dagen mijn gevoel voor het tekenen weer op door het maken van doodles en hele kleine striptekeningetjes. Dingetjes die ik op memoblaadjes maakten en overal of nergens achterliet voor de mensen. Wegwerp-dingen. Niets bijzonders en zonder enig vooropgesteld plan. In die dagen begon ik ook mijn interesse in kunst weer terug te vinden. Ging naar musea, tentoonstellingen en vooral heel veel concerten. Kunst begon langzaam weer een rol te spelen in mijn leven en op een dag pakte ik de tekenpotloden weer uit de kast. Ik begon weer met het maken van nieuwe tekeningen. Kunst wilde ik het niet noemen. Zover was ik nog lang niet. Ik was nog van mening dat alleen mensen die op de kunstacademie hadden gezeten kunst konden maken.

Het leven naar de kunst

Het heeft vele jaren geduurd en vooral veel tekeningen maken gekost voordat ik durfde te zeggen dat ik kunst maakte. Dat mijn tekeningen onder de noemer ‘kunst’ mochten vallen. Zelfs toen ik al werken verkocht aan mensen buiten de eigen bubbel van familie en vrienden wilde ik er nog niet aan dat het kunst was wat ik maakte. Ik maakte tekeningen en hoeveel mensen ook zeiden dat het kunst was, bleven het voor mij tekeningen. Pas na vele tentoonstellingen te bezoeken, mij volledig onder te dompelen in de kunst van anderen en vooral de geschiedenis van de schone kunsten begon het besef te dagen. Het les krijgen op de kunstacademie wil helemaal niet zeggen dat je daarna ook een echte geschoolde kunstenaar bent. Je kan de kunstacademie met goed gevolg afronden en nog steeds blijven hangen in het maken van broddelwerk. En andersom ook. Het maken van kunst is iets dat uit jezelf komt. In jezelf zit. Op een kunstacademie leer je alleen op een hele veilige manier experimenteren met je gedachten overbrengen, leer je hoe je het beste je eigen verhaal kan vertellen en krijg je de mogelijkheid om te kunnen netwerken in een omgeving waar iedereen met kunst bezig is. Iets wat ik, door volledig als autodidact te gaan werken, moest missen. Al heb je er ook weinig aan als je wel die mogelijkheid hebt. Het draait in alle gevallen om het kennen van de juiste mensen, een dosis geluk en vooral veel lef. Iets wat je nergens kan leren en niemand je mee kan helpen.

Neemt niet weg dat je als autodidact wel op een achterstand begint. Zodra je serieus met kunst bezig gaat zijn is het nadenken over subsidies iets waar je ook mee bezig bent. Alleen hoef je nergens op subsidie te rekenen als je geen diploma in je zak hebt zitten, omdat dit een eerste vereiste is. Je kan natuurlijk wel een diploma veinzen, maar waarom zou je dat doen? Een diploma is slechts een papiertje dat helemaal niets zegt. Ik maak geen kunst, omdat ik toevallig het juiste diploma heb. Ik maak kunst uit het intrinsieke besef dat ik zonder het maken van kunst niet kan vertellen wat ik graag wil overbrengen. En dan hoef je niet eens te luisteren. Ik maak het toch wel. Al is het wel fijn als je wel luistert naar wat ik probeer over te brengen. Dat sowieso. 

Verhalen vertellen

Je kan je afvragen wat andere kunstenaars doen. Wat hun motivatie is om kunst te maken. Je kan je zelfs afvragen wat kunst eigenlijk is en wanneer je wel of geen kunst maakt. Het zijn allemaal legitieme vragen. Zelfs vragen waar je een antwoord op kan vinden. De kunstgeschiedenis is er eentje die lang is, vol met antwoorden staat en zodra je erin duikt je achter laat met nog veel meer vragen. Dat maakt kunst zo boeiend. Dat is ook de reden dat ik mij ermee bezig hou. Dat en omdat ik nog steeds heel graag met de wereld wil delen dat vele verhalen onderbelicht zijn. Er zijn in mijn ogen nog genoeg dingen die niet zijn genoemd, gevoelens die nog geen duidelijk beeld hebben en een hele wereld waarvan we onszelf niet realiseren dat we daar ook in leven. Ik begin nu pas te begrijpen wat die man op de kunstacademie in Den Haag eigenlijk tegen mij zei. Dat mijn stijl dusdanig ontwikkelt was dat ik alleen nog een manier moest zien te vinden om mijn ideeën over te brengen. Dat het om meer dan alleen de tekeningen, het beeld, ging maar dat ik mijn stijl moest inzetten om het verhaal te vertellen.

Ik ben dan ook een verhalenverteller. Mijn werk bestaat niet alleen uit een beeld, een handeling, een verzameling van lijnen en kleur. Mijn werk is een reflectie van het magische bewustzijn dat we allemaal hebben. Het zijn de verhalen uit het bos die ik je wil overbrengen. Ik vertel je over de weg, de wezens die er leven en de kosteloze gevoelens die we ervaren terwijl we op de weg wandelen. Het zijn kleine thema’s, grote thema’s en zaken waar je in sommige gevallen nog niet eens over nagedacht had. Het is de weg die de surrealisten uit de kunstgeschiedenis voor het eerst in hun volle bewustzijn beschreven en op mijn manier zet ik die weg voort. En ik vind het leuk als je mee wilt wandelen.

The opposite of earthquakes - inkt en potlood op papier, 21 x 28,5 cm - 2021
There are many pieces to the puzzle - inkt en potlood op papier, 21 x28,5 cm - 2020
The long accumulated time of doing nothing - inkt en potlood op papier, 29,7 x 42 cm - 2020

Dit delen: