De dag dat alles mogelijk was en 1971 besmette

Kort verhaal - willekeurige gedachten - automatisch schrijven

In vijf minuten was het gedaan. Vanaf het moment dat ze naakt op bed lag tot één van ons kreunend klaarkwam. Ik wil hierbij in het midden laten wie van ons het was, omdat er tegenwoordig al veel te veel oordelen zijn over de seksuele prestaties van het mannelijke deel van de maatschappij. Daarbij was vijf minuten ook niet meer dan we nodig hadden. Ik voel tot op heden nog de kleverige vloeistof over mijn been en buik lopen, iets wat ik bij nader inzien helemaal niet onprettig vond. Toch wil ik nog even terugkeren naar die dag, naar het moment na de daad. Dat we onszelf glimlachend aankleedde. Naar elkaar keken als twee verliefde schoolkinderen die net hun eerste kus uitgewisseld hadden. Dat moment waarop alles mogelijk leek en we net besloten dat koffie best lekker zou zijn. 

 

Ik weet nog precies wat ze droeg. Een groene trui met lichtblauwe accenten, een zwierig zwart rokje dat net boven haar knie reikte en panty’s die ik niet wilde aanraken, omdat panty’s voor mij aanvoelen als plastic dat net even te lang in bedorven yoghurt heeft gelegen. Gelukkig hoefde ik de panty ook niet aan te raken. Ze deed deze zelf uit, zoals ze die nu ook weer zelf aandoet. Ik keek naar haar en lachte. Zij lachte terug. 

 

De volgende dag waren we beide een herinnering voor elkaar. Na de koffie trok ze de deur achter zich dicht en liet mij in stilte achter in de keuken waar ik zat. Vandaag zit ze op haar werk, bedacht ik. Bezig met papier heen en weer te schuiven over haar bureau, andere mensen te bellen om te vragen of zij ook papier heen en weer willen schuiven. Of wat dan ook wat mensen op hun werk doen. Ik had weer plaatsgenomen achter de keukentafel waar ze mij gisteren had achtergelaten. Het is een fijne plek om te zitten. Om wederom koffie te drinken en terug te denken aan het moment dat ze naakt in mijn bed lag. Ik bedenk mij ook dat ik nog niets gegeten heb. Volgens mij was zelfs het laatste dat ik gegeten heb het stuk ontbijtkoek dat ik voor haar gemaakt had. Ze had er één hap van genomen, om toch te besluiten dat ze helemaal geen trek in ontbijtkoek had. Daarna had ik het maar opgegeten, omdat ik het weggooien van voedsel zonde vind. Ik had ook geen trek in ontbijtkoek. Vind het overigens wel lekker, dus sta ik nogmaals een plak ontbijtkoek af te snijden en te beleggen met een dikke laag boter. De eerste hap smaakt mij uitstekend. De tweede en derde ook. Niet veel later is de plak op. Ik zit weer aan de keukentafel. Mijn gedachten dwalen af naar een moment dat nog niet gebeurt is.

 

Het was een beetje de vraag of het ei voor de kip kwam of toch andersom. Tenminste, ik ben geboren in 1971. Op een dag dat de zon scheen, vogels vanuit verre landen neerstreken in de ons omringende weilanden en mijn moeder besloot dat ze liever even koffie ging drinken, dan aanwezig zijn bij mijn geboorte. Zo kwam het ook dat ik helemaal alleen ter wereld kwam. Er was niemand aanwezig bij mijn geboorte. Iedereen zat op dat moment koffie te drinken in de kamer ernaast en niet te letten op de moeite die ik had om op de wereld te komen. Als kleine spoiler, ik had heel weinig moeite om op de wereld te komen. Dat kwam pas veel later in mijn leven. Toen ik pogingen deed om op te groeien.

 

Kippen hebben we ook nooit gehad, terwijl er wel wekelijks een man in de keuken stond die eieren kwam brengen. Altijd twintig stuks en altijd in een eierendoos die we niet stuk mochten maken. Zodra de doos leeg was werd deze apart gezet, zodat de man die de eieren bracht deze weer kon meenemen. Hij gebruikte deze om andere eieren bij andere mensen te brengen. Ik denk dat deze mensen ook geen kippen hadden. Dat weet ik, omdat mijn oma wel kippen had en daar kwam de man die eieren bracht nooit langs. Haar keuken was altijd vrij van bezoek. Vrij van mensen die allerhande spullen kwamen brengen. Vrij van stof, eierendozen die niet stuk mochten en dingen die we liever niet wilde zien. Mijn oma was een heel opgeruimd persoon. Iets wat ze tot de dag dat ze overleed bleef. Nu moet ik er wel bijzeggen dat er elke maand een olieboer bij mijn oma kwam. Ze woonde namelijk nogal afgelegen en er was geen gasleiding beschikbaar waar zij woonde. Om toch niet in de kou te zitten werd dit opgelost met een oliekachel, waardoor er elke maand een olieboer kwam om de tank bij te vullen. Alleen kwam deze man nooit binnen. De olietank stond ook buiten.

 

Voorzichtig veeg ik de kruimels die ik gemaakt heb door ontbijtkoek te eten van de keukentafel. Ik probeerde ze in mijn hand te vegen, maar het merendeel valt op de grond. Tussen het onzichtbare stof en waarschijnlijk de kruimels van gisteren. Ik zie helemaal voor mij hoe ze zich met elkaar vermengen. Door elkaar rollen, stromen om te wachten op meer kruimels. Hoe meer kruimels er op de grond terechtkomen, des te meer kunnen ze bij elkaar komen. Om uiteindelijk een nieuw stuk ontbijtkoek te kunnen vormen. In mijn hoofd hebben de kruimels allang een volledig nieuwe ontbijtkoek van zichzelf gemaakt. Een amorfe vorm. Niet netjes rechthoekig met scherpe randen en een mooi afgewerkt glimmend bruin korstje, maar een blok koek van enorme proporties. Iets wat ik met geen mogelijkheid zou eten, laat staan met een mes in zou willen snijden. Ik hou van ontbijtkoek, zolang het eruitziet als een ontbijtkoek dat je in de supermarkt kan kopen. Als ik een amorfe brokkenzooi wil eten ga ik wel naar de dichtsbijzijnde snackbar om daar patat te bestellen. Ik hou het voor nu bij de ontbijtkoek die in de kast ligt en snij nog een stukje af.