Een uitgestrekte stofvlakte ligt zinderend van het zonlicht achter hem. Hij kijkt fier in de camera. Zijn hoofd opgeheven, alsof hij koning is en het stof aan zijn voeten, gestoken in oude (misschien wel zelfgemaakte) sandalen, aan hem cadeau is gedaan. Over zijn schouder hangt de pels van een niet nader te definiëren diersoort, welke met een riem om zijn middel is vastgemaakt. De halflange, kaki-kleurige broek eronder is bevuild met het stof van zijn wereld. Het lijkt hem niet te deren. Hij is trots op zijn wereld, trots op zijn leefomgeving en de zinderende lucht boven de vlakte. Hij weet zichzelf ongenaakbaar, misschien zelfs onoverwinbaar. Een status die hij zichzelf toebedeeld heeft door de hyena aan zijn zijde.

Het dier ligt gemuilkorfd aan zijn voeten. Loom kijkt het de camera in. De ketting loopt om zijn nek in een boogje naar de rechterhand van de man. Het is duidelijk dat het dier bij de man hoort. Dat het zijn huisdier is en hij de hyena in zijn bed laat slapen. Of ze vrienden zijn, het dier de man respecteert is niet af te lezen. We dwalen af, het is niet belangrijk wie wie respecteert. De hyena zal het ook worst zijn. Het beest zal naar verluid graag worst eten, al is dit ook een grote onbekende. De man vertelt niet wat de hyena eet, laat staan of hij hem worst te eten geeft. Het is ook slechts een foto waar we naar kijken. Nu is het wel een foto vol metaforen, een plaats waar je meer kan zien dan je op het eerste gezicht zou denken.

De fotograaf heeft een duidelijke bedoeling gehad door deze man met zijn hyena op de foto te zetten. Alsof hij wilde zeggen dat de wereld ook niet altijd duidelijk is, maar door goed te kijken en even na te denken er een hoop duidelijk wordt. De man op de foto is iemand met een talent. Een talent dat niet iedereen heeft en daarom kan hij zo hoogmoedig in de camera kijken. Hij is speciaal, hij kan iets dat andere mensen niet kunnen. En hij is er trots op. Zijn talent ligt naast hem. De hyena is de metafoor die het talent moet uitdrukken. Via het dier krijgen wij een inzicht in wat de fotograaf bedoeld. Talent is geen lief zachtaardig diertje. Het is een vraatzuchtig beest, dat met zijn kaken botten kan breken en vlees verscheuren. Je kan ook niet zeggen dat talent elegant is of mooi. Hyena’s zijn ook geen mooie dieren en toch zie je de schoonheid in de manier waarop ze kijken. Zoals ze lopen en de wereld eigen maken, daar ligt de ware schoonheid van het dier. Daar ligt ook de schoonheid van talent. Het is afzichtelijk om te zien, maar zodra je nog een keertje goed kijkt komt de onderliggende pracht te voorschijn. Maar laten we wel eerlijk zijn, die pracht en schoonheid die in talent verborgen zit zie je alleen als het er ook daadwerkelijk inzit.

We kijken nog een keer naar de foto en zien dat de hyena een vies, mottig beest is. De loomheid die we in eerste instantie in zijn ogen zagen is een lethargie die zijn weerga niet kent. Het is een lege blik, uitdrukkingloos en dood. Er zitten kale plekken op zijn vacht. Hele plukken ontbreken en de ketting om zijn nek is er duidelijk alleen voor de sier. Dit is geen gevaarlijk, vraatzuchtig monster. Dit is een doodgeslagen puppy met het uiterlijk van een monster. De kans is groot dat er achter de gemuilkorfde bek een tandeloze mond schuilgaat. Dat het beest niets meer dan uiterlijk vertoon zonder enige inhoud is. De fotograaf had zijn metafoor niet beter kunnen treffen. Het is duidelijk dat hij wil zeggen dat er mensen zijn die hun talent verkwanseld hebben om hun eigen ego op te krikken. Het talent dat ze hadden, hetgeen ze anders maakten dan de gewone mensen, is niets meer dan uiterlijk vertoon. Ze schermen ermee en zijn trots op iets dat meer dood dan levend is.

Je zou zelfs kunnen zeggen dat de hyena op de foto helemaal geen talent voorstelt, maar alleen de arrogantie van de eigenaar uitbeeld. Dat er geen talent is, alleen een grote mond en het idee dat er een talent is. Tenslotte kan iedereen wel iets en is het echte talent mensen te raken met hetgeen je kan. Iets wat vele mensen helemaal niet kunnen. Ze komen niet verder dan een huis-tuin-en-keuken-talent. Iets waar niets mis mee is, maar zodra je ermee gaat schermen alsof het iets bijzonders is heb je een tandeloze, mottige hyena aan een ketting naast je liggen. Die personen denken dat ze bijzonders zijn, dat ze iets kunnen wat anderen niet kunnen en zien niet dat ze anderen niet raken. Het enige wat ze doen is anderen ergeren en achter hun rug uitgelachen worden. De man met de hyena wordt achter zijn rug ook uitgelachen. Als je goed naar de foto kijkt, zie je links op de achtergrond in het zinderende stof enkele mensen staan met hun handen voor de mond. Ze lachen en wijzen naar de man op de voorgrond. Hij is een schertsfiguur voor hen. Zijn arrogante houding en zijn idee dat de hyena naast hem ontzag inboezemt maakt hem de clown van hun gemeenschap. En iedereen weet het. Iedereen ziet het, alleen de man zelf weigert het te zien. Hij blijft volharden in zijn houding.

Toch is het deze houding die hem altijd verder heeft geholpen. Het heeft hem geholpen om zijn hyena aan iedereen die het maar wilde zien te tonen. Het was ooit ook een machtig beest om te zien. In het begin glommen de ogen, schitterde de vacht in de zon en kon de man leven van de opbrengsten die de hyena hem bracht. De hyena of het talent dat hij moet voorstellen was iets om trots om te zijn, maar de trots sloeg om in arrogantie. En de arrogantie zorgde dat het talent dof werd, de kansen verdwenen en er niets meer overbleef dan een schim van zichzelf. Het is niet duidelijk hoe de man verder leeft. De foto laat het niet zien, maar het is duidelijk dat het niet meer via de opbrengsten die zijn hyena met zich meebracht is. De man heeft alleen zijn houding nog en die brengt hem niets. Hij lijkt ook te zeggen dat hij gelukkig is, maar zijn ogen stralen niet meer. Alleen boosheid naar de wereld valt erin af te lezen, alsof hij wil zeggen dat zijn langzame gang naar de stoffige grond de schuld van anderen is. Alsof hij niet kan zien dat hij zelf de oorzaak voor het verkwanselen van zijn talent is. Het is ook te hopen dat de hyena snel sterft, dan kan het inzicht bij de man eindelijk beginnen. Al is het misschien al te laat, maar dat wil de fotograaf niet zeggen. Hij laat slechts het beeld zien. Hij zal het nooit zover laten komen dat hij zijn talent laat verkwanselen.

Een uitgestrekte stofvlakte ligt zinderend van het zonlicht achter hem. Hij kijkt fier in de camera. Zijn hoofd opgeheven, alsof hij koning is en het stof aan zijn voeten, gestoken in oude (misschien wel zelfgemaakte) sandalen, aan hem cadeau is gedaan. Over zijn schouder hangt de pels van een niet nader te definiëren diersoort, welke met een riem om zijn middel is vastgemaakt. De halflange, kaki-kleurige broek eronder is bevuild met het stof van zijn wereld. Het lijkt hem niet te deren. Hij is trots op zijn wereld, trots op zijn leefomgeving en de zinderende lucht boven de vlakte. Hij weet zichzelf ongenaakbaar, misschien zelfs onoverwinbaar. Een status die hij zichzelf toebedeeld heeft door de hyena aan zijn zijde.

Het dier ligt gemuilkorfd aan zijn voeten. Loom kijkt het de camera in. De ketting loopt om zijn nek in een boogje naar de rechterhand van de man. Het is duidelijk dat het dier bij de man hoort. Dat het zijn huisdier is en hij de hyena in zijn bed laat slapen. Of ze vrienden zijn, het dier de man respecteert is niet af te lezen. We dwalen af, het is niet belangrijk wie wie respecteert. De hyena zal het ook worst zijn. Het beest zal naar verluid graag worst eten, al is dit ook een grote onbekende. De man vertelt niet wat de hyena eet, laat staan of hij hem worst te eten geeft. Het is ook slechts een foto waar we naar kijken. Nu is het wel een foto vol metaforen, een plaats waar je meer kan zien dan je op het eerste gezicht zou denken.

De fotograaf heeft een duidelijke bedoeling gehad door deze man met zijn hyena op de foto te zetten. Alsof hij wilde zeggen dat de wereld ook niet altijd duidelijk is, maar door goed te kijken en even na te denken er een hoop duidelijk wordt. De man op de foto is iemand met een talent. Een talent dat niet iedereen heeft en daarom kan hij zo hoogmoedig in de camera kijken. Hij is speciaal, hij kan iets dat andere mensen niet kunnen. En hij is er trots op. Zijn talent ligt naast hem. De hyena is de metafoor die het talent moet uitdrukken. Via het dier krijgen wij een inzicht in wat de fotograaf bedoeld. Talent is geen lief zachtaardig diertje. Het is een vraatzuchtig beest, dat met zijn kaken botten kan breken en vlees verscheuren. Je kan ook niet zeggen dat talent elegant is of mooi. Hyena’s zijn ook geen mooie dieren en toch zie je de schoonheid in de manier waarop ze kijken. Zoals ze lopen en de wereld eigen maken, daar ligt de ware schoonheid van het dier. Daar ligt ook de schoonheid van talent. Het is afzichtelijk om te zien, maar zodra je nog een keertje goed kijkt komt de onderliggende pracht te voorschijn. Maar laten we wel eerlijk zijn, die pracht en schoonheid die in talent verborgen zit zie je alleen als het er ook daadwerkelijk inzit.

We kijken nog een keer naar de foto en zien dat de hyena een vies, mottig beest is. De loomheid die we in eerste instantie in zijn ogen zagen is een lethargie die zijn weerga niet kent. Het is een lege blik, uitdrukkingloos en dood. Er zitten kale plekken op zijn vacht. Hele plukken ontbreken en de ketting om zijn nek is er duidelijk alleen voor de sier. Dit is geen gevaarlijk, vraatzuchtig monster. Dit is een doodgeslagen puppy met het uiterlijk van een monster. De kans is groot dat er achter de gemuilkorfde bek een tandeloze mond schuilgaat. Dat het beest niets meer dan uiterlijk vertoon zonder enige inhoud is. De fotograaf had zijn metafoor niet beter kunnen treffen. Het is duidelijk dat hij wil zeggen dat er mensen zijn die hun talent verkwanseld hebben om hun eigen ego op te krikken. Het talent dat ze hadden, hetgeen ze anders maakten dan de gewone mensen, is niets meer dan uiterlijk vertoon. Ze schermen ermee en zijn trots op iets dat meer dood dan levend is.

Je zou zelfs kunnen zeggen dat de hyena op de foto helemaal geen talent voorstelt, maar alleen de arrogantie van de eigenaar uitbeeld. Dat er geen talent is, alleen een grote mond en het idee dat er een talent is. Tenslotte kan iedereen wel iets en is het echte talent mensen te raken met hetgeen je kan. Iets wat vele mensen helemaal niet kunnen. Ze komen niet verder dan een huis-tuin-en-keuken-talent. Iets waar niets mis mee is, maar zodra je ermee gaat schermen alsof het iets bijzonders is heb je een tandeloze, mottige hyena aan een ketting naast je liggen. Die personen denken dat ze bijzonders zijn, dat ze iets kunnen wat anderen niet kunnen en zien niet dat ze anderen niet raken. Het enige wat ze doen is anderen ergeren en achter hun rug uitgelachen worden. De man met de hyena wordt achter zijn rug ook uitgelachen. Als je goed naar de foto kijkt, zie je links op de achtergrond in het zinderende stof enkele mensen staan met hun handen voor de mond. Ze lachen en wijzen naar de man op de voorgrond. Hij is een schertsfiguur voor hen. Zijn arrogante houding en zijn idee dat de hyena naast hem ontzag inboezemt maakt hem de clown van hun gemeenschap. En iedereen weet het. Iedereen ziet het, alleen de man zelf weigert het te zien. Hij blijft volharden in zijn houding.

Toch is het deze houding die hem altijd verder heeft geholpen. Het heeft hem geholpen om zijn hyena aan iedereen die het maar wilde zien te tonen. Het was ooit ook een machtig beest om te zien. In het begin glommen de ogen, schitterde de vacht in de zon en kon de man leven van de opbrengsten die de hyena hem bracht. De hyena of het talent dat hij moet voorstellen was iets om trots om te zijn, maar de trots sloeg om in arrogantie. En de arrogantie zorgde dat het talent dof werd, de kansen verdwenen en er niets meer overbleef dan een schim van zichzelf. Het is niet duidelijk hoe de man verder leeft. De foto laat het niet zien, maar het is duidelijk dat het niet meer via de opbrengsten die zijn hyena met zich meebracht is. De man heeft alleen zijn houding nog en die brengt hem niets. Hij lijkt ook te zeggen dat hij gelukkig is, maar zijn ogen stralen niet meer. Alleen boosheid naar de wereld valt erin af te lezen, alsof hij wil zeggen dat zijn langzame gang naar de stoffige grond de schuld van anderen is. Alsof hij niet kan zien dat hij zelf de oorzaak voor het verkwanselen van zijn talent is. Het is ook te hopen dat de hyena snel sterft, dan kan het inzicht bij de man eindelijk beginnen. Al is het misschien al te laat, maar dat wil de fotograaf niet zeggen. Hij laat slechts het beeld zien. Hij zal het nooit zover laten komen dat hij zijn talent laat verkwanselen.